Wat het de orthopedisch schoenmakers opleverde
- Ine Bex - van de Schoor

- 13 jan
- 2 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 16 jan

(tekst is gedeeltelijk AI gegenereerd, zo mooi kan ik niet schrijven)
Het afgelopen jaar (2024–2025) gebeurde er iets opmerkelijks. Orthopedische schoenmakers stapten naar de rechter. Niet omdat ze dat zo leuk vonden, maar omdat de tarieven al jaren knelden. En dit keer liep het anders dan “we begrijpen uw punt, maar…”.De rechters waren opvallend eensgezind: de tarieven waren niet kostendekkend en de indexaties voor inflatie en loonkosten structureel onvoldoende. Het gevolg: forse correcties, met concrete percentages.
Kort samengevat: wat jarenlang werd weggedrukt, moest ineens alsnog worden rechtgetrokken.
Wat leverde dat per zorgverzekeraar op?
CZ
De doorbraak kwam in november 2024. De rechter oordeelde dat CZ tussentijds had moeten bijsturen, maar dat niet deed.Gevolg: een verplichte tariefsverhoging van 16% in december 2024 en 20% voor heel 2025. Lopende contracten moesten open.
Zilveren Kruis
In het najaar van 2025 volgde Zilveren Kruis. Hier was de toon nog steviger: de inkoopmacht was onrechtmatig gebruikt.Resultaat: 29,9% tariefsverhoging in 2025 én het einde van de automatische doelmatigheidsafslag van 1%.
VGZ
Bij VGZ kwam het niet tot een vonnis, maar tot een schikking.Per 1 januari 2025 stegen de tarieven met meer dan 20% en verdwenen diverse belastende contractvoorwaarden.
ONVZ
Ook ONVZ werd in oktober 2025 teruggefloten. De rechter bepaalde dat het basisbedrag met circa 23% omhoog moest om realistisch te zijn.Daarnaast werd het gebruik van bepaalde rapporten om toekomstige tarieven te drukken aan banden gelegd.
Overzicht
Zorgverzekeraar | Jaar | Resultaat | Extra effect |
CZ | 2024–2025 | +16% (dec ’24), +20% (2025) | Contracten opengebroken |
Zilveren Kruis | 2025 | +29,9% | 1% afslag verboden |
VGZ | 2025 | >20% | Belastende voorwaarden geschrapt |
ONVZ | 2025 | +23% | Beperking gebruik rapporten |
En de rest van het veld?
Voor verzekeraars als Menzis en DSW zijn (nog) geen vergelijkbare uitspraken gepubliceerd. Maar de boodschap is duidelijk. Deze vonnissen hebben precedentwerking. Wie nu vasthoudt aan te lage tarieven, loopt juridisch vrijwel zeker vast.
De verwachting is dan ook dat tarieven voor 2025 en 2026 “vrijwillig” richting de 20–30% stijgen. Niet uit luxe, maar om rechtszaken te voorkomen.
Tot slot
Wat deze rechtszaken laten zien, is simpel maar veelzeggend: de tarieven lagen jarenlang onder de kostprijs. Dat dit nu met zulke forse percentages gecorrigeerd moest worden, zegt eigenlijk alles.



Opmerkingen